In mei 2025 zat ik in een volle zaal in Eindhoven voor een opleidingsdag van Dr. Aravind Namasivayam. Misschien ken je zijn naam wel van de spraakmotorische mijlpalen want hij schreef mee aan het artikel dat daarover in 2020 verscheen. Hij doet al jaren onderzoek naar spraakmotoriek bij kinderen en ik keek er echt naar uit om hem eens live te horen.
Het werd een boeiende dag maar ook een dag die heel wat losmaakte. Toen ik achteraf met collega’s napraatte, merkte ik dat bij velen vooral één boodschap was blijven hangen: hij zou gezegd hebben dat fonologische stoornissen niet bestaan, dat spraakproblemen altijd een motorische oorzaak hebben. Sommige collega’s voelden zich daar zelfs een beetje door aangevallen. En dat snap ik wel, want fonologische therapie is net wat de meesten van ons elke dag doen. Ik had zelf niet het gevoel dat hij het zo absoluut bedoeld had. Alleen bleef ik na deze dag nieuwsgierig naar meer.
Toen ik hoorde dat hij begin september een tweedaagse opleiding zou geven in Kopenhagen, moest ik dus niet lang nadenken. Twee volle dagen, veel meer diepgang en de kans om eindelijk te horen wat hij nu echt bedoelde. Ik ging niet alleen. An Deroey en Evelien Van den Eynde, twee collega’s uit mijn mastermindgroep De Spraakgenoten, gingen mee. Namasivayam stond daar ook niet alleen. Hij werd bijgestaan door Dr. Anita McAllister, professor aan het Karolinska Institutet in Stockholm, die af en toe haar eigen kijk toevoegde. We kwamen alle drie super geïnspireerd terug.
Wat hij dan wél zegt
Ik kan het eigenlijk al direct verklappen. Namasivayam zegt niet dat fonologische stoornissen niet bestaan. Hij zegt ook niet dat fonologische therapie niet werkt. Wat hij wel zegt, is dat een fonologisch proces dat je hoort vaak een beschrijving is en niet altijd een verklaring.
Neem nu een kindje dat “boo” zegt in plaats van “boot”. Dat kan betekenen dat het nog niet weet dat er achteraan nog een klank hoort. Het kan evengoed betekenen dat de kaak na die open /o/ nog niet goed terug omhoog komt om de /t/ te maken. Je hoort dezelfde fout, maar de oorzaak is een andere. En dan heeft dat kind misschien ook een andere aanpak nodig.
Volgens Namasivayam is de groep kinderen met een puur fonologisch probleem kleiner dan we denken, omdat dat motorische stuk nog te vaak onderschat wordt. Hij wil ons daar een beetje wakker in schudden en na die twee dagen begrijp ik beter waarom hij dat soms zo stevig brengt.
Wat betekent dat nu concreet voor jou? Ik haalde er drie dingen uit die je morgen al kan toepassen, ook als spraakmotoriek voor jou nog vrij nieuw is.
Tip 1: Kijk naar de mond, niet alleen naar wat je hoort
Probeer dit eens eventjes. Leg je vinger op je kin en zeg “af”. Je voelt je kaak op en neer gaan. Zeg nu eens “fiets”. Je kaak blijft bijna stil liggen en je onderlip moet het werk nu alleen doen. Voor een jong kind is dat een veel moeilijker opdracht dan /f/ produceren vertrekkende vanuit een lage kaakpositie.
Zegt een kleuter netjes “af” maar wordt “fiets” toch “piet”? Dan ligt het misschien helemaal niet aan een klankregel. Misschien beweegt die onderlip gewoon nog niet los genoeg van de kaak.
Dat zie je niet als je alleen maar luistert. En ons gehoor is eigenlijk minder betrouwbaar dan we graag denken. In één onderzoek moesten twee even ervaren logopedisten hetzelfde transcriberen. Bij een heel fijne transcriptie kwamen ze nog maar voor een derde overeen.
Wat kan je morgen doen? Film tijdens je onderzoek de mond van het kind, uiteraard met toestemming van de ouders. Bekijk dat filmpje achteraf rustig. Beweegt de kaak overal mee? Komt hij na een klinker terug omhoog? Gaan de lippen echt dicht? In De Spraakbooster en De Spraakmotor raad ik het observeren van de spraakmotoriek al langer aan en na Kopenhagen ben ik er alleen maar meer van overtuigd.
Tip 2: Begin met CV-woorden
Nog een klein experimentje. Beweeg twee vingers afwisselend op en neer en ga steeds sneller. Je zal merken dat je vingers na een tijdje vanzelf samen gaan bewegen. Tegelijk bewegen is gewoon makkelijker dan afwisselend bewegen.
Bij spraak is dat eigenlijk net hetzelfde. Als je “ma” zegt, starten de medeklinker en de klinker tegelijk. Bij “op” komt eerst de klinker en moet de medeklinker wachten tot het zijn beurt is. Dat wachten is moeilijker. Daarom brabbelen baby’s ook “bababa” en niet “abababab”.
Wat kan je morgen doen? Werk je aan een nieuwe klank, kies dan eerst woorden waarin die klank vooraan staat en meteen gevolgd wordt door een klinker. Oefen je de /t/, dan start je dus met woorden als “thee” of “toe”. Woorden als “boot” of “beet”, waar de /t/ achteraan komt, bewaar je voor later. En misschien herken je nu ook het kindje van daarnet dat “boo” zei. 😉
Tip 3: Bouw bewust pauzes in
Je wil zoveel mogelijk herhalingen in een sessie dus pauzes voelen al snel als verloren tijd. Toch helpen korte rustmomenten tussen je oefenblokken om een nieuwe beweging beter vast te zetten. In De Spraakmotor gaf ik die tip vooral mee voor kinderen met spraakontwikkelingsdyspraxie. Namasivayam raadt het ook aan bij kinderen met een spraakmotorische achterstand.
Het mooie is dat je daar geen extra tijd voor nodig hebt. Je moet gewoon je materiaal slim kiezen.
Wat kan je morgen doen? Ik gebruik vaak een kralenslinger. Het kind zegt bijvoorbeeld tien keer “soep” en schuift elke keer een kraal op. Vroeger draaiden we de slinger dan gewoon om en begonnen we opnieuw. Nu schuiven we eerst samen alle kralen terug, zonder iets te zeggen. Dat is eigenlijk je pauze. Met Pop-up Pirate kan het ook: na elk oefenblokje krijgt het kind een zwaardje en na een paar blokjes spelen we even het spelletje met de zwaardjes die het verzameld heeft. Mijn logokindjes ervaren het als spel en ik las zo een rustmoment in.
En nu?
Dit is maar een klein stukje van wat we in Kopenhagen meekregen. Er kwam nog veel meer aan bod: over hoe je kinderen onderzoekt, hoe je kiest waar je start en hoe je je oefeningen opbouwt. Ik ben zelf ook nog volop aan het puzzelen hoe ik dat allemaal vertaal naar de dagelijkse praktijk want zo’n nieuwe inzichten vragen tijd. De komende maanden verwerk ik ze in De Spraakmotor.
Wil je je verder verdiepen in spraakmotoriek of voel je je soms onzeker bij een kind waar het maar niet vooruit wil gaan? Neem dan zeker eens een kijkje op www.sterkacademy.be.
En jij? Welke van deze drie tips ga jij als eerste uitproberen?
