Wist je dat je tijdens je onderzoek al heel veel informatie kan verzamelen over hoe je daarna zal moeten behandelen?
Niet alleen over wat een kind wel of niet kan, maar vooral over hoe een kind leert.
Dat is exact wat je doet wanneer je een dynamisch onderzoek afneemt.
Voor mij is dynamisch onderzoek geen extra stap. Het is een manier van kijken. Zeker wanneer ik een kind voor me heb met een vermoeden van spraakontwikkelingsdyspraxie.
Waarom dynamisch onderzoek zo waardevol is bij SOD
Wanneer je werkt met kinderen met SOD, weet je dat het probleem niet alleen maar gaat om het niet kunnen of vervangen van klanken. Het gaat over plannen, sturen en uitvoeren van bewegingen. Over timing, volgorde en consistentie.
Als je dan enkel kijkt naar correcte of foutieve producties, mis je een groot stuk van het verhaal.
Met een dynamisch onderzoek kijk je niet alleen naar het resultaat, maar naar het proces.
Je onderzoekt hoe een kind reageert op hulp en welke ondersteuning nodig is om tot een juiste productie te komen.
En juist dat maakt het zo waardevol.
Hoe ik een dynamisch onderzoek opbouw
Wanneer ik een kind met een vermoeden van SOD onderzoek, werk ik altijd volgens een opbouw in complexiteit.
Ik start eenvoudig en maak het stap voor stap moeilijker.
Eerst VC en CV woorden.
Daarna CVC woorden.
Vervolgens CVCV woorden met gelijke consonanten.
En daarna CVCV woorden met verschillende consonanten.
Ik vraag het kind telkens om het woord te herhalen. Lukt dat goed, dan observeer ik hoe stabiel die productie is. Lukt het niet, dan ga ik ondersteunen.
Cues inzetten tijdens het onderzoek
Wanneer een productie niet lukt, geef ik gerichte cues. Bijvoorbeeld:
- vertragen
- simultaan mee spreken
- het mondbeeld duidelijk toevoegen
- een tactiele cue geven
- werken met een klankkaart
Ik kijk niet alleen of het woord uiteindelijk lukt. Ik kijk vooral hoeveel ondersteuning nodig is en welke cue het verschil maakt.
Soms zie je dat één kleine aanpassing voldoende is. Soms heeft een kind meerdere cues nodig en blijft het fragiel. Dat vertelt je enorm veel.
Wat dynamisch onderzoek je vertelt over prognose
Hoeveel cues een kind nodig heeft om tot een correcte productie te komen, zegt iets over de prognose van je behandeling.
Een kind dat snel oppikt met beperkte ondersteuning, toont vaak een hogere leerbaarheid. Een kind dat veel en expliciete sturing nodig heeft, vraagt meestal een intensievere en meer gestructureerde aanpak.
Deze observaties zijn geen echte labels. Het zijn eerdere richtingaanwijzers.
Ze helpen je om realistische verwachtingen te vormen, zowel voor jezelf als voor ouders, en om je behandeling van bij de start goed af te stemmen.
Van onderzoek naar behandelkeuzes
Wat ik zo krachtig vind aan dynamisch onderzoek, is dat het je behandeling al mee stuurt nog voor je eraan begint.
Je weet:
- met welke structuren je best start
- hoe expliciet je moet zijn
- welke technieken waarschijnlijk helpend zijn
- hoe je je opbouw moet aanpassen
Je vertrekt niet vanuit een standaard lijst met oefenwoorden, maar vanuit wat dit kind nodig heeft om te leren.
En dat maakt je therapie niet alleen efficiënter, maar ook veel doordachter.
Dynamisch onderzoek leren toepassen in de praktijk
Omdat dynamisch onderzoek voor mij zo’n cruciale rol speelt in het werken met spraakklankstoornissen en SOD, ontwikkelde ik een eigen onderzoeksinstrument. Dat gebruik ik zelf in de praktijk en dat deel ik ook met collega’s.
In De Spraakroute, een 3-daagse fysieke vorming die je dit voorjaar kan volgen, neem ik je stap voor stap mee in dat proces.
Van uitgebreid onderzoek tot onderbouwde behandelkeuzes, met veel aandacht voor spraakmotoriek en spraakontwikkelingsdyspraxie.
Je leert niet alleen wat je moet afnemen, maar vooral hoe je observaties vertaalt naar een aanpak die klopt voor het kind dat voor je zit.
Tot slot
Dynamisch onderzoek helpt je om verder te kijken dan juist of fout.
Het toont je hoe een kind leert, wat het nodig heeft en waar jouw therapie het verschil kan maken.
En net daarom is het voor mij een onmisbaar onderdeel van mijn spraakonderzoek.
