Zit je spraaktherapie vast? Dit kan de reden zijn.

door | mei 7, 2026 | Blog | 0 Reacties

Ken je dat gevoel? Je behandelt al een tijdje een kind met spraakproblemen. Je doet wat je altijd doet, je zet je heel hard in om het kind te helpen, en toch…

Het gaat niet vooruit.

Je past je materiaal aan. Je probeert andere spelletjes. Je vraagt je af of de ouders wel genoeg oefenen thuis. En ergens, in een hoekje van je hoofd, kruipt de twijfel naar binnen: doe ik dit wel goed?

Ik ken dat gevoel maar al te goed. Ik heb het zelf ook gehad. En nu weet ik: dat gevoel is niet altijd een teken dat jij iets fout doet. Soms is het een signaal dat er bij het kind iets anders aan de hand is dan je denkt.

Wanneer de klassieke aanpak niet werkt

Bij de meeste kinderen met spraakproblemen zit het probleem bij de klanken zelf of in de fonologische representatie ervan. Ze weten hoe de /k/ klinkt, ze horen het verschil, maar ze produceren hem niet correct. Daar heb je als logopedist heel wat manieren voor om mee aan de slag te gaan.

Maar bij sommige kinderen loopt er iets anders mis. Iets wat je minder snel ziet, maar wel voelt in de therapie. Het kind doet het vandaag beter dan gisteren, maar morgen is het alsof het amper geoefend heeft. De ene keer klinkt een woord bijna correct, de andere keer totaal anders. Je kunt er geen vat op krijgen.

Dat kan een aanwijzing zijn dat er sprake is van spraakontwikkelingsdyspraxie. Niet een probleem met de klank op zich, maar met het plannen en programmeren van de opeenvolgende spraakbewegingen. Met de spieren is niks mis en de wil om de woorden juist te zeggen is er. Maar de verbinding tussen ‘ik wil dit zeggen’ en ‘mijn mond doet dit’ loopt niet goed.

Ik deel 3 dingen die mij hielpen om dit beter te herkennen.

1. Let op klinkerfouten en zoekbewegingen

Klinkerfouten vallen ons als logopedisten misschien minder snel op. We zijn getraind om te letten op medeklinkers, op klanken die foutief geproduceerd worden. Maar klinkerfouten zijn net vaker aanwezig bij spraakontwikkelingsdyspraxie (SOD) dan bij andere spraakstoornissen.

Een kind dat ‘hoos’ zegt in plaats van ‘huis’, of ‘baam’ in plaats van ‘boom’, geeft je een signaal. Op zich zegt één klinkerfout niet alles. Maar gecombineerd met een therapie die maar niet vlot loopt, is het de moeite om eens verder te kijken.

Iets anders waar ik nu bewust op let zijn zoekbewegingen: kleine zoekende bewegingen van de mond vlak voor een woord begint. Het kind lijkt even te zoeken naar de juiste startpositie. Ook dat is een kenmerkend signaal dat ik vroeger gewoon miste omdat ik er niet naar op zoek was.

2. Zet de bril van 'beweging' op in plaats van 'klank'

Dit was voor mij de grootste verschuiving. En eerlijk gezegd ook de moeilijkste.

Ik was gewend om te denken in klanken. De /s/ is fout, dus we werken aan de /s/. Logisch toch? Maar bij kinderen met spraakmotorische problemen is dat niet het goede vertrekpunt.

Het probleem zit niet in de /s/ op zich. Het zit in de overgang van de ene klank naar de andere. In het soepel aan elkaar rijgen van bewegingen. Kinderen met SOD segmenteren soms onbewust, ze zeggen ‘boo-s’ in plaats van ‘boos’, of ‘kabou-ter’ in plaats van ‘kabouter’. Die onnatuurlijke pauzes zijn geen verkeerde gewoonte. Ze zijn een gevolg van het feit dat de bewegingsovergangen niet goed verlopen.

Zodra ik die bril opzette en niet meer keek naar de klank maar naar de beweging, begon ik ook anders te kijken naar wat ik aanbood in therapie. En begon er plots veel meer te kloppen.

3. Stel jezelf af en toe de ongemakkelijke vraag

Behandel ik eigenlijk wel het juiste probleem?

Het is een vraag die ik me een tijdje niet durfde te stellen. Want als het antwoord ‘nee’ is, wat zegt dat dan over al die sessies die ik al gedaan heb? Over de tijd van het kind en de ouders?

Maar nu zie ik het anders. Die vraag stellen is geen teken van zwakte. Het is net het kenmerk van een goede clinicus. Een therapeut die stilstaat, heranalyseert en bijstuurt. Eén die niet op automatische piloot verder gaat omdat ‘het altijd zo gedaan werd’.

Als een kind al maanden in therapie is en de vooruitgang stagneert, is het tijd om even uit te zoomen. Misschien ontbreekt er een stukje in het diagnostische plaatje. Misschien vraagt dit kind een andere aanpak. Misschien is er meer aan de hand dan eerst gedacht.

En dat mag. Niet weten is het startpunt van iets nieuws leren, niet het bewijs dat je tekortschiet.

Herken jij dit bij een kind in jouw praktijk? Laat dit dan jouw teken zijn om de problemen van het kind eens anders te bekijken.

Volg me op Instagram via @sterkacademy voor meer tips en inzichten over het herkennen en behandelen van spraakmotorische stoornissen.

Nieuwsbrief Sterk Academy

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang waardevolle tips, besprekingen van leuke materialen en apps, exclusieve acties en veel meer.